| |
Bij
thermisch verzinken wordt staal na een voorbehandeling gedompeld in
vloeibaar zink van circa 450oC. Tijdens dit dompelproces
worden zink/ijzerlegeringslagen gevormd, afgedekt met een laagje zuiver
zink.
|
 |
|
Eigenschappen van de op het staal gevormde laag: |
| |
 |
Betrouwbaarheid |
| |
|
Ook bedekking op moeilijk bereikbare plaatsen |
| |
 |
Goede hechting |
| |
|
Het zink is chemisch gebonden aan het staal |
| |
 |
Kathodische bescherming |
| |
|
Bij krassen en kleine beschadigingen geen roestvorming, omdat zink
electro-negatief is ten opzichte van ijzer. |
| |
 |
Zeer goede bedekking op kanten en randen |
| |
|
Op randen en kanten is de zinklaagdikte over het algemeen groter dan op
de vlakke delen. Dit in tegenstelling tot verfsystemen |
| |
 |
Hoge weerstand tegen slijtage |
| |
|
De gevormde zinklegeringslaag is doorgaans harder dan het onderliggende
staal zelf |
| |
|
|